Bron: Spoornieuws NMBS, 1982, nr. 1, pp. 14-15 (rubriek “Kortweg”). Auteur niet vermeld.
© Train World Heritage
Ben je attent? Dan heb je ze voorzeker gezien langs onze hoofdwegen. Neen, ga het niet te ver zoeken. “Ze” is onze nieuwe 40 m²-baanaffiche, waarvan u het centrale gedeelte op de laatste kaftbladzijde vindt. Sinds 1 januari geeft ze onze traditionele 20 m²-affiches een steuntje. Je treft ze soms eenzaam – maar niet verlaten – aan in de nabijheid van een station; als onderdeel van ons nieuw affichage-net.
De eerste 40 m²-actie van de NMBS heeft als onderwerp de autoslaaptrein. Een dankbaar produkt voor Julian Key, één van de grootste Belgische, laat staan Europese, grafici. Het is niet de eerste keer dat Julian zich over een spoorwegprodukt buigt en ook het autoslaaptreinthema was voor hem geen onbekende meer. De affiche die hij ontwierp lijkt eenvoudig, bijna kinderlijk eenvoudig, en dat is steeds zo bij elke affiche die de handtekening van deze grootmeester draagt, zelfs als de opdracht niet zo eenvoudig is. Want bij de beschrijving van het produkt, de argumenten en de bedoeling, kwam nog dat hij een 20 m²-affiche moest ontwerpen die links en rechts verlengd kon worden om een dubbel formaat te bereiken. Dus toch niet zo eenvoudig. Julian Key moest hier blijk geven van vindingrijkheid: hij moest aan de gordel hetzelfde evenwicht schenken als aan de gesp alleen.
Diezelfde Julian Key maakt zopas het voorwerp uit van een rijk geïllustreerd kijkboek dat rond de jaarwende verscheen en waarin de beste affiches uit zijn carrière zijn gereproduceerd. Een vruchtbare carrière, zoals blijkt.
Het reklame-adviesbureau Vanypeco was gedurende 27 jaar zijn werkgever. In 1974 nam hij zijn vrijheid terug als zelfstandige om eind der zeventiger jaren een pact te sluiten met de heren De Hollander en De Cort. Het trio vond op 1 januari 1982 een nieuwe partner, het reklamebureau Trema. Julian Key leerde het reklamevak in de harde leerschool van de praktijk. De vijf jaar avondles die hij volgde aan het St.-Lucasinstituut vanaf 1948, verschaften slechts de elementaire technische basis aan deze publiciteitsbeginneling, die zich meer aangetrokken voelde tot de schilderkunst.
Maar het was zo dat zijn baas, baron Van Ypersele de Strihou, een uitstekende faam genoot als verkoper van affiches. Hij had voor de Benelux de exclusiviteit verworven voor de grote buitenlandse namen: Donald Brun, Savignac, Villemot, Paul Collin… In de studio zag de jonge leergierige Julien Keymolen de werktekeningen passeren, de gerealiseerde affiches, en dat trok hem meer en meer aan.
Na zijn legerdienst, in 1952, begon hij zo maar affiches te ontwerpen om zich te oefenen. In 1954 liet hij zijn talent opmerken in een wedstrijd ingericht door het reklamebureau Rossel. Prompt besloot zijn werkgever hem een kans te geven. En jawel, het was raak. In de jaren 57-58 kwam de jonge graficus volop tot ontplooiing: perscampagnes, folders, brochures en vooral een gestadige opmars in het beperkte kringetje van grote affiche-ontwerpers. Begaafd met een sterke zin voor synthese, een goede smaak in kleurencompositie en vaardig met collages en kaligrammen verwierf hij beetje bij beetje een internationale ervaring.
Dikwijls stelt men zich de affiche-ontwerper voor als een eenzaat, gebogen over een tekentafel in een onpersoonlijke stille studio. En dat is het juist niet voor Julian Key.
— Ik heb behoefte aan een zekere stemming. (…) Het is zowat als tuinieren in een gemeenschappelijke serre, waaraan een uiterste zorg wordt besteed. Niettegenstaande dat zoek ik alleen de ideeën. Maar daarna komen de twijfels, en dan is het team rondom mij toch wel noodzakelijk. Ik toon wat ik heb ontworpen, en alle reacties van mijn medewerkers zijn voor mij belangrijk. Ik zie dan vlug heel klaar, alsof er mistlampen aangestoken werden. Als ik twijfels heb, is dit omdat ik verblind ben. De tijd die men in één ontwerp steekt is ondefinieerbaar. Men gaat slapen met het probleem, men ontwaakt ermee. Het is niet zozeer achter de tekentafel dat men DE idee vindt. Bracque, de beroemde kubist, heeft het heel goed verwoord: “soms moet je het schilderij naar de muur keren, en het komt vanzelf in orde”.
Het gevaar van de roem is dat je om het even wat aan de man kan brengen. Daarom is het goed dat de medewerkers zijn creaties kritisch beoordelen: nee Julien dat is minder; dat is geen Julian Key. Kwestie van stijl? Neen. Hij verklaart zich nader:
— Het is vooral een kwestie van kwaliteit van het concept, meer dan een stijlkwestie. Ik heb namelijk geen stijl. Enkel een synthesestijl. Wanneer men mijn affiches bekijkt gebeurt dat meestal in twee fasen: eerst valt ze op omwille van de kwaliteit, daarna vat men de idee, iets later. Daarom vind ik het soms spijtig dat de affiches zo snel verdwijnen. In de stad is het net zoals op een voetbalterrein: er valt veel te beleven en de situatie wisselt om de haverklap. Vooraleer de mensen de affiche hebben opgemerkt zijn ze er bijna voorbij, ofwel is ze overplakt met sluikreklame, ofwel is ze beschadigd door het slechte weer. Daarom doet het boek mij enorm veel plezier: men kan de affiches in zich opnemen, ze beter begrijpen.
En het artistieke in de reklame…
— Mijn droom is schilderijen maken. Kwaliteitsaffiches, net zoals schilderijen in de straten. En de straat is dan een kunstgalerij, toegankelijk voor éénieder. Ik heb reeds gezegd dat ik een affiche verkies in de straat boven een schilderij in een galerij, vooral omdat ik beantwoord aan alle aanvragen, aan alle imperatieven, met een artistiek penseel. Dikwijls vraag ik mij af waarom reklame vulgair, uitdagend of dom moet zijn? Reklame kan evengoed elegant en mooi zijn. Ik ben tegen laag-bij-de-grondse boodschappen op de borden. Indien de reklame meer verzorgd werd, zou ze ook minder kritiek krijgen van mensen zoals de ecologisten bijvoorbeeld.
Julian, zoon en broer van spoorwegmannen, heeft dus reeds meerdere keren zijn talent ten dienste van de NMBS gesteld. Weliswaar enkel voor de opvallende baanaffiches. Hijzelf had graag volledige campagnes uitgewerkt samen met een copywriter. Want hij is van nature uit een reklameman. Bij Vanypeco bracht hij het in 1960 tot Art Director, een functie die hij nu nog steeds bekleedt maar in een ander team. Zijn persoonlijkheid als affiche-ontwerper heeft hij verworven tussen twee reklamecampagnes in die zijn naamtekening niet dragen. Zijn beroep als informant via het beeld zit hem diep in het bloed. Hij zegt van zichzelf dat het binnen in zijn hoofd steeds borrelt. Zijn talent komt tot uiting in zijn eindprodukt. Mondaine geplogenheden interesseren hem niet. Indien je Julian Key ontmoet, kan je mits wat aandacht een gevoelig man ontdekken, kalm en bescheiden, toch bewust van zijn kwaliteiten maar zeker niet bereid om op zijn lauweren te rusten. Je zal een man ontdekken die heel snel de indruk verwekt dat zijn brein altijd “tekent”.
Het verschenen album “Julian Key” is mooi, even mooi als de affiches die zijn lange carrière reeds sieren. De randteksten zijn van de hand van Pierre Baudson, die de kunst van het affiche-tekenen beschrijft, van Baron van Ypersele en René De Cort die de mens typeren en van Philippe Minguet, die zijn advies geeft. De uitgeverij Lannoo uit Tielt zorgde voor een onberispelijke weergave van het oeuvre van deze grootmeester, die zijn stempel heeft gedrukt op de reklame van zijn tijd door zijn artistieke kwaliteit, maar ook door zijn uitzonderlijke expressiekracht die hij reeds meer dan 20 jaar aanhoudt.
NMBS
Related articles
en
Affects and Emotions in Graphic Design: Love & Rage beyond Aesthetics
Camille Circlude
The guiding thread of this text unfolds around the idea of affect as a driving force of creation in graphic design. This personal vision of graphic design is traversed by emotions that make it political and situated — whether it be anger, love, care, or militant joy.
en
Dear Anneleen,
Eva Moulaert
‘So now I come to speak. At last. I will tell you all I know. I was deceived to think I could not do this. I have the powers; I take them here. I have the right. I have the means. My words may be poor, but they will have to do.’ – Paul Griffiths, Let Me Tell You (Hastings: Reality Street, 2008), 7
en
The Advantages of Being a Wallflower? Searching for Maria Sèthe at Bloemenwerf
Apolline Malevez & Pauline Vranckx
Researching the contributions of Maria Sèthe (1867-1943) to the art and career of her more famous husband, the architect Henry van de Velde (1863-1957), is a charged experience. It requires negotiating expectations and hopes — both those of others and our own — as well as pushing against disciplinary boundaries.
